De start van ROFA: hoe twee jonge dromers hun plek veroverden

Het is dit jaar 35 jaar geleden dat ROFA is opgericht. Wat begon in een garagebox in Breda, is nu een grote speler met een nieuw, superduurzaam pand aan de rand van Tilburg. In een verhalenserie blikken we terug op 35 jaar ROFA. We beginnen, niet geheel onlogisch, bij het begin: de eerste meters van ROFA. Met grondleggers Ronald en Frank de Boer.

Het jaar is 1987. Vergeleken met nu is de wereld nog lekker overzichtelijk. Er zijn maar een paar tv-zenders, dus je hoeft nooit lang op Netflix te zoeken naar een bingewatchwaardige serie. Muziek luisteren doe je via de radio, cassettebandjes of een platenspeler. Nieuws consumeer je in porties: boven de krant aan de ontbijttafel en op de bank om acht uur ’s avonds, wanneer het journaal is. Nederland is nog nooit Europees kampioen voetbal geweest. En ROFA? Daar heeft nog niemand van gehoord.

Wél is er Bèta Kantoorstoelenfabriek in Breda, in handen van Jan de Boer. Jan maakt al bijna twintig jaar kantoorstoelen en denkt langzaam aan afbouwen. Het liefst geeft hij het bedrijf door aan zoons Ronald (geboren in 1967) en Frank (1968). De oudste van de twee heeft voorlopig andere prioriteiten. Na het afronden van de studie Small Business in Haarlem maakt hij een reis van een jaar, door het verre oosten. Frank begint wél in het bedrijf van zijn vader.

Band of brothers

De broers De Boer kunnen het goed met elkaar vinden. Ze zijn geboren in Zwijndrecht, maar aan die tijd hebben ze geen actieve herinneringen. Ronald: “Ik heb er maar drie jaar gewoond, Frank zelfs maar twee. Daarna woonden we eerst in Prinsenbeek en daarna in Alphen, vlak bij de natuur. We hebben veel in de bossen gespeeld en kattenkwaad uitgehaald met vriendjes. Het was een mooie tijd.”

Frank knikt beamend. “Ronald en ik konden het altijd wel goed vinden samen. Ook als tieners. Toen hij in Haarlem woonde voor zijn studie, ging ik regelmatig een weekendje over. Gingen we samen op stap. Dat waren leuke avonden.”

Ronald en Frank hebben dus een goede band. Ze denken hetzelfde over dingen. Ook over werk: ze vinden het allebei geen goed plan om Bèta van hun vader over te nemen. Ronald: “Dan heb je een vader die over je schouder meekijkt. Bovendien: hoe moesten we dat doen? We waren rond de twintig en hadden amper geld. Nee, dat vonden we geen best idee.”

Toch zien de gebroeders zitmeubilair voor op kantoor wel zitten. Frank: “Ik werkte nog bij mijn pa. Voordat hij de zaak verkocht aan een participatiemaatschappij, had hij een stoffeerrobot gekocht. Alleen: die werkte niet zoals we hadden gedacht.” En er is nóg iets wat niet werkt: de samenwerking met de nieuwe directeur. Zo soepel als op papier loopt het in de praktijk allemaal niet.

Iets nieuws beginnen

Ronald en Frank hebben gezien hoe het níét moet. In 1991 willen ze laten zien hoe het wél kan. Ronald blikt terug. “Ik was pas afgestudeerd. Mijn scriptie ging over een industriële stoffeerderij. En Frank had werkervaring in die branche. We besloten onze krachten te bundelen en samen iets nieuws te beginnen. Een bedrijf, samen.”

Allereerst moet er een naam komen, want dat is wel zo makkelijk met de telefoon opnemen. ‘ROFR’ – twee voorletters van ieder – klinkt niet zo lekker, tenzij je in het oosten van Europa woont misschien. Ronald: “En ‘ROFRA’ werd hem ook niet, want er was al een kanoverhuurbedrijf dat zo heette. Uiteindelijk hebben we voor ‘ROFA’ gekozen.”

Naar Frankrijk en Duitsland

De broers beginnen klein, in een niet al te luxueuze garagebox in Breda. Hun ambities zijn allesbehalve bescheiden, vertelt Ronald. “We wilden op grote schaal zittingen en rugleuningen van kantoorstoelen produceren voor onze klanten. Daarvoor hadden we een stoffeermachine nodig, bij voorkeur een die wél werkte. We hadden ons oog laten vallen op de C-GEX, een machine die stof strak om zittingen en rugleuningen trekt en bevestigt. Een geweldig, maar ook duur apparaat, van Franse makelij. Om die te mogen gebruiken, had je een licentie nodig en moest je minimaal honderdduizend eenheden per jaar stofferen. Vooralsnog wees er niets op dat we ook maar in de buurt zouden komen van die aantallen. Maar in de fabriek klikte het geweldig met de Fransen. Ze gunden het Frank en mij, twee dromers van begin twintig. We regelden financiering en we hadden ‘m.”

Frank (links) en Ronald bij de C-GEX stoffeermachine, in 1993.

Bedrijfsnaam en -ruimte: check. Productieapparaat: check. Twee fanatieke en energieke ondernemers: check. Alles is klaar voor massaproductie. Nu nog betalende klanten, niet onbelangrijk. Frank: “Dat was meer de afdeling van Ronald. Ik deed de productie, hij de klanten. Met onze nieuwe Toyota Hilux, een stoere pick-up, reed hij vaak naar Duitsland om klanten te vinden. Dat ging hem goed af. Hij haalde Deutsche Post binnen als klant. Onze eerste opdracht was het stofferen van tienduizend zittingen en rugleuningen, in groene stof.”

Hard werken, weinig verdienen

Rijk worden ze er vooralsnog niet van. Bijna alle verdiensten gaan het bedrijf in. Naar apparatuur en brandstof voor de Toyota, maar ook naar personeel. Zoals stikster Sjannie, het eerste personeelslid. Ronald: “Frank en ik haalden een karig salaris uit ROFA. Terwijl mijn studiegenoten drieduizend gulden per maand verdienden en in een dikke leasebak reden. Wij reden ’s nachts naar en van klanten in Nederland en Duitsland en eenmaal thuis werkten we meteen door. Overhemd uit, werkkleding aan. Het was in het begin echt keihard werken en weinig verdienen. Ik dacht er weleens aan om ermee te stoppen.”

Veenendaalse vuurproef

Gelukkig blijft hij aan boord. Dat is grotendeels te danken aan de firma Kembo Kantoormeubelen uit Veenendaal. “Ze hadden problemen met de productie”, vertelt Ronald. “Óf ze hadden te weinig werk en de productiemedewerkers stonden te ouwehoeren, óf het was te druk en ze konden het niet aan. ‘Verplaats jullie productie maar naar ons’, adviseerde ik de directeur. ‘Bewijs maar dat je het aankunt’, was zijn repliek. We kregen drie dagen de tijd om tweeëneenhalfduizend zittingen te stofferen voor de RAI. De volgende dag kwamen ze alles bij ons lossen. Onze werkplaats stond helemaal vol. We hebben onze vrienden en vrouwen opgetrommeld: kunnen jullie ons komen helpen? Het lukte. Drie dagen later stond alles netjes klaar, opgestapeld en wel. Klaar voor transport naar Amsterdam.” Missie geslaagd.

Uit de kinderschoenen

Vanaf dat moment gaat het crescendo met ROFA. De orders volgen elkaar in steeds hoger tempo op. Frank: “Daar zaten echt megaorders bij, zoals voor Defensie. Het ging vaak om gigantische aantallen. Soms ook op locatie. Zo hebben we in 2005 ruim twaalfduizend kuipstoeltjes geplaatst in het stadion van Willem II, en die zien er nog steeds goed uit.” Ronald: “En we voegden al vrij snel een dienst toe aan ons pakket: het herstofferen van gebruikte stoelen. Ook dat zorgde voor een mooie en terugkerende opdrachtenstroom.”

ROFA wordt al snel een begrip in de wereld van kantoormeubilair. Wat begin nineties start met twee jonge ondernemers, groeit uit tot een groot bedrijf met tegenwoordig tientallen mensen in dienst. Er komen steeds meer producten bij en de focus verschuift langzaam van snel lopendebandwerk naar akoestiek en hoogwaardig maatwerk. En een groot aantal trouwe klanten, al spreekt Ronald liever van partners. “We werken samen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Een bedrijf dat voor een dubbeltje op de eerste rij wil zitten, wijzen we snel de deur.”

Het vertrek van Frank

Het bedrijf verhuist twee keer: in 1996 naar de Beneluxbaan in Rijen en in 2024 naar La Défense in Tilburg – het huidige pand. Die laatste verplaatsing is zonder Frank. “Begin 2022 ben ik gestopt. Waar ik nu druk mee ben? Ik heb een huisje in Italië, vlak bij het Gardameer. Daar gaan mijn vrouw en ik graag naartoe. We hebben een bootje, en reizen veel. Bijvoorbeeld veel met de camper. Mijn leven is wel een stuk relaxter nu. Of ik ROFA mis? Eigenlijk niet. Hoewel… Nu ik samen met Ronald herinneringen ophaal, begint het wel weer te kriebelen.”

“Ik mis Frank wél”, besluit de oudste. “We waren perfect op elkaar ingespeeld. Het was altijd vanzelfsprekend dat hij er was. Frank was ‘eigen’. Na zijn vertrek was de balans een beetje zoek. Gelukkig was die snel hersteld dankzij mijn compagnon Erik van den Aker. En gelukkig zie ik Frank nog vaak. Niet meer zo vaak bij ROFA, maar wel op andere plaatsen.” Ze nemen na het gesprek afscheid van elkaar met een bovenhandse handdruk. Dat de broederband ijzersterk is, is wel duidelijk. Maar zo is het altijd geweest.

Offerte aanvragen

Overweeg je om je stoelen te laten herstofferen en ben je benieuwd naar je besparing ten opzichte van het vervangen van die stoelen? Vul dan het onderstaande formulier zo volledig mogelijk in en wij melden ons snel met een scherpe aanbieding. Liever direct contact? Bel ons. We helpen en adviseren graag!

Let op: wij leveren NIET aan particulieren!